Vucht naar Utopia?

Beste rector, beste vicerector,
Beste studenten,
Geachte genodigden,

Namens de studenten heet ik jullie allen welkom op de officiële opening van het academiejaar. Normaalgezien wordt er op een dag als deze de studenten op het hart gedrukt geen utopische voorstellen te doen. Wel, laat deze speech dan het tegendeel bewijzen. Als studenten wensen wij voor één keer aan het dromen te gaan.

foto studentenvertegenwoordiger Na wat geblader in Van Dale’s woordenboek vindt men de volgende omschrijving voor een utopie: ontwerp van een ideale toestand, afgeleid van het boek Utopia van Thomas Moore. Dat boek brengt het relaas van het reisverhaal van Raphael Hythloday naar Utopia, een idyllisch eiland waar sociale gelijkheid heerst en het toenmalige Engeland plotseling veraf lijkt. Wel vandaag is het aan ons om jullie in te lichten wat die ideale toestand voor ons mag wezen.

Wie het heeft over een ideaal, heeft het altijd over iets subjectief. En ook hier geldt een alom bekend gezegde: kiezen is verliezen. Het kan dan ook niet de bedoeling zijn dat ik hier alle dromen van de studenten aan u meedeel. Wel kan ik u alleszins één ideaal aanbieden: de democratisering van ons onderwijs, namelijk een onderwijs waar iedereen die de capaciteiten heeft de mogelijkheid krijgt om een waardevol diploma te halen.

Laten we eerst en vooral linguïstische misverstanden voorkomen. Democratisering kan en mag men niet verwarren met massificatie. Sinds de jaren ’60 kende het hoger onderwijs een enorme groei. Meer mensen dan ooit studeerden verder, die vroeger waarschijnlijk nooit de kans zouden gekregen hebben. Echter ben ik de mening toegedaan dat de term massificatie hier beter op zijn plaats is. Van echte democratisering is nog altijd geen sprake. De meesten die nu hogere studies aanvatten zijn afkomstig uit een gegoed milieu. Ook allochtonen vinden nog altijd moeilijk de weg naar het hoger onderwijs. Een tweede misverstand dat bestaat over democratisering is dat het afbreuk zou doen aan de kwaliteit van ons onderwijs. Niets is minder waar. Beide versterken elkaar. Wie kwaliteit wenst aan te bieden, moet al het maatschappelijk talent weten te verzilveren. Anderzijds, wat baadt een democratische toegang tot het hoger onderwijs als een diploma niets waard is? Er bestaat dus een zekere kruisbestuiving tussen het streven kwaliteit en het streven naar gelijke kansen.

Zoals reeds aangehaald, is de democratisering van ons hoger onderwijs nog niet voltooid. Wie zijn mond vol heeft over de kenniseconomie, moet opteren voor een ‘tweede democratiseringsgolf’. Verdere democratisering vergt dat we alle drempels wensen weg te werken die echte gelijke kansen nog in de weg staan. We onderscheiden hierbij zowel financiële als niet-financiële drempels. In de jaren ’60 en ’70 zijn heel wat van de financiële drempels weggewerkt. Een ganse reeks maatregelen gaande van studiebeurzen tot studentenvoorzieningen zagen het daglicht. Toch zijn er nu nog altijd een aantal kosten die de democratisering afremmen.

Allereerst denk ik aan de dure studentenhuisvesting. ‘Tekort aan goedkope studentenkamers’, zo titelde de Morgen op 10 augustus 2006. Daarin werd gesteld dat er in alle studentensteden een schaarste heerst op de kotenmarkt en dat er te weinig kamers zijn van de instellingen zelf. Overal hebben die te kampen met ellenlange wachtlijsten. Daarenboven bleek uit de bevraging van de Gentse StudentenRaad dat de Gentse koten wel degelijk een stuk duurder blijken te zijn dan gedacht. Een student betaalt gemiddeld 235 euro voor een gewone kamer. In het hartje van de studentenbuurt loopt dat al vlug op naar 250 euro. Voor ons, studenten, is het daarom hoogtijd dat actie wordt ondernomen om de trend van een steeds duurdere studentenhuisvesting tegen te gaan. Iedereen zal daarin zijn verantwoordelijkheid moeten opnemen; zowel de stad Gent, de Vlaamse overheid als onze eigen alma mater.

Allereerst moet de stad Gent investeren in kennis en kunde. Een schatting maken van de kotprijs aan de hand van de cijfers van kot@gent lijkt ons onvoldoende. Voor de duidelijkheid kot@gent is een initiatief van de stad Gent en de Gentse hogescholen en universiteiten en wenst de studenten in te lichten over het private kotenaanbod via de website www.kotatgent.be. Momenteel staat slechts 30% van de totale private koten op die site, wat onvoldoende is om een correct en compleet beeld te krijgen van de markt. Daarenboven zijn die cijfers gebaseerd op datgene wat de kotbazen zelf aangeven en moet men dus niet al te lang nadenken om in te zien dat heel wat kosten vaak niet in de huurprijs zijn inbegrepen. Ik denk aan kosten voor verwarming, elektriciteit, water, … Soms moet zelf huur betaald worden voor de meubels die er staan. Het valt dan ook niet te verwonderen dat de officiële cijfers een systematische onderschatting vormen van de reële prijs. Waar de stad Gent een gemiddelde van 200 euro bekomt, ziet men die prijs stijgen tot 235 euro in de GSR-enquête.

Vervolgens valt op dat bestaande stedelijke initiatieven niet bekend genoeg zijn, zo blijkt ook voor kot@gent. Wel, dames en heren, 41% van de studenten kent kot@gent niet. Daarenboven heeft slechts 50% van de studenten de website al eens bezocht. Geef toe, deze percentages kunnen ons toch niet tevreden stellen. Stel je nu eens voor dat 41% van de studenten zou zeggen dat ze Minerva niet kennen. Een campagne ter promotie van kot@gent dringt zich dan ook op. Als een student bij zijn inschrijving overstelpt wordt met allerlei infofolders, lijkt een infoblad over kot@gent daar dan ook zeker op zijn plaats. Dames en heren, kot@gent moet de referentiewebsite worden voor wat studentenhuisvesting betreft. Immers wanneer een student beter is ingelicht, zullen te dure koten zich vlugger uit de markt prijzen.

Daarnaast stelt kot@gent zich tot doel de student in te lichten over de juridische kantjes van de zaak. Het promoten van het zogenaamde ‘modelhuurcontract’ maakt deel uit van haar takenpakket. Wel ook op dat vlak is verbetering aan de orde. Immers de zogenaamde ‘wetswinkels’ moeten vaak zaken van studenten behandelen in conflicten met hun kotbaas. Laten we de student beter inlichten, zodanig dat hij juridisch beter gewapend aan de start komt. Zoals reeds aangehaald is goedkope studentenhuisvesting niet enkel de verantwoordelijkheid van de stad Gent, maar zeker en vast ook van onze eigen alma mater. Wie wenst te investeren in goedkopere studentenhuisvesting moet ook zijn eigen aanbod optimaliseren. Immers, de private kotenmarkt en het interne aanbod staan niet los van elkaar. Wie een grote hoeveelheid goedkope koten aanbiedt, zal de marktprijs helpen drukken. Wel, volgens mij, is het hoogtijd dat de UGent zijn eigen aanbod uitbreidt. De UGent heeft immers nu al te kampen met ellenlange wachtrijen. Zeker wanneer men vanaf dit jaar de kamers in de Vesalius niet meer huurt, valt te vrezen dat te veel studenten uit de boot vallen en zo gedwongen zullen worden zich te storten op de private markt waar de prijzen vaak een stuk hoger liggen. Ook de kans dat men beursstudenten zal moeten weigeren wordt hierdoor een stuk groter. De bouw van een nieuwe studentenhome moet dan ook prioritair staan op de beleidsagenda van onze universiteit. De stad Gent zal hier ook zijn steentje moeten aan bijdragen. De stijgende kotprijs kan immers niet los gezien worden van de stijgende prijs op zogenaamde ‘kleine woningmarkt’. Vele studenten zien zich immers genoodzaakt om samen met anderen een kleine woning huren en veroorzaken zo schaarste op de Gentse woningmarkt. De stad Gent heeft er dan ook alle belang bij dat er voorzien wordt in bijkomende goedkope huisvesting voor studenten. Last but not least mag de Vlaamse overheid zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen. Net zoals in de jaren ’60 en ’70 moet men weer voorzien in investeringskredieten waardoor het voor een universiteit als de onze mogelijk wordt de aanhoudende groei te dragen.

Naast de dure huisvesting vormen de soms exuberante prijzen voor boeken en cursussen een bijkomende financiële drempel. Onze universiteit moet er garant voor staan dat alle cursussen en boeken aan een redelijke prijs aangeboden worden. Ik vraag hier dus niet om gratis cursussen, maar om redelijkheid. Ik zeg dan ook duidelijk: excessen zijn voor mij niet langer welkom aan deze universiteit. Excessen, dames en heren, die moeten er uit! Of zoals de rector het zo mooi zei in zijn motivatiebrief bij de rectorverkiezingen: ‘het contract met de student dwingt ons, hier zijn geen compromissen mogelijk.’ Dames en heren, wil men stappen zetten naar een verdere democratisering dan zullen alleszins deze financiële hindernissen moeten overwonnen worden.

De eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat het niet enkel het financiële is wat in de weg staat. Heel wat studenten ondervinden vaak last van zogenaamde niet-financiële drempels. Ik denk aan een gebrek aan ‘cultureel kapitaal’ bij allochtone studenten, de vaak moeilijke combinatie werken en studeren en last but not least het zogenaamde ‘watervaleffect’ in ons onderwijs. Allochtonen, werkstudenten en studenten afkomstig uit TSO en BSO hebben nog altijd veel lagere slaagkansen. Laten we daarom als universiteit de kansen grijpen die de engagementsverklaring ons biedt. Laten we als pluralistische instelling het voortouw nemen inzake diversiteit. We moeten ervoor zorgen dat mensen uit deze groepen de kans krijgen om op een normale manier te slagen. De diversiteitaanpak aan de VUB bewijst dat men via een goed en doordacht beleid op al deze vlakken vooruitgang kan bieden.

Allereerst verdienen allochtonen een beleid op maat. Het is daarbij niet voldoende om hier en dan eens een folder te laten drukken met een allochtoon op om zo die doelgroep aan te trekken. Een inclusief beleid is noodzakelijk. Ik denk bijvoorbeeld aan de invoering van cursussen academisch Nederlands en het creëren van rolpatronen bij allochtone jongeren. Wanneer je bij de allochtone gemeenschap een goed opgeleide elite creëert, zal die als ideaalbeeld dienen voor de jongeren van vandaag.

Daarnaast verdienen werkstudenten extra aandacht. Zo is het een goede zaak dat alle studenten met een moeilijke combinatie van werken en studeren sinds dit academiejaar een beroep kunnen doen op een speciaal studentenstatuut. Op die manier kan in onderling overleg met de docent examens verplaatst worden en taken aangepast. Daarnaast zijn initiatieven die leren van op afstand mogelijk maken meer dan welkom. Ik hierbij onder meer aan de mogelijkheden die de zogenaamde open-parallelle leerwegen bieden en de recente start van een opleiding rechten voor werkstudenten.

Tenslotte moet onze universiteit er alles aan doen om het zogenaamde ‘watervaleffect’ niet te bestendigen. TSO- en BSO-studenten moeten op danige wijze begeleid worden, dat hun mindere voorkennis geen onoverkomelijke drempel vormt. Studiebegeleiding is in dat geval geen betutteling. Het is nog altijd de student die het met zijn capaciteiten moet waar maken. Studiebegeleiding doet op die manier zeker en vast geen afbreuk aan het academisch karakter van ons onderwijs.

Als we samen werk willen maken van een tweede democratiseringsgolf, dan zullen we op al deze gebieden vooruitgang moeten boeken. Dames en heren, laten we daarom vooral onthouden:

  1. studentenhuisvesting moet een stuk goedkoper
  2. excessief dure cursussen moeten voltooid verleden tijd worden
  3. allochtonen verdienen een beleid op maat
  4. werken en studeren moet combineerbaar zijn
  5. laten we het ‘watervaleffect’ niet bestendigen

Kortom, dames en heren, voor mij is er één iets duidelijk: ons hoger onderwijs zal democratisch zijn, of niet zijn. Zonder een verdere democratisering blijft maatschappelijk talent onbenut. Deze tekst moet men ook niet zien als de zoveelste eisenbundel; maar als een oproep. Laten we er samen voor zorgen dat ons onderwijs niet enkel de meeste kwaliteit biedt, maar ook echt gelijke kansen aanreikt. Utopia, dames en heren, kan soms veel dichterbij zijn dan dat het lijkt. Laat daarom voor deze ene keer ‘durf dromen’ de slogan zijn van onze alma mater.

Dank voor jullie aandacht.

0 Reacties tot “Speech opening academiejaar 2006-2007”



  1. Momenteel geen reacties

Reageer