Een sociaal contract voor de UGent-student?

Beste rector, beste vice-rector,
Dames en Heren,
En vooral beste studenten,

Vandaag is een historische dag: voor het eerst wordt een studentenopening van het academiejaar georganiseerd. En deze opening is volledig voor ons; dus geen ceremoniële stijfheid, geen slaapverwekkende speeches. Nee, vurig en gepassioneerd zullen wij, de studentenvertegenwoordigers, onze boodschap trachten te verkopen. Een ideale gelegenheid om de studentenvertegenwoordiging eens voor te stellen. En daarom ben ik hier vandaag. Maar het zal niet enkel bij een voorstelling van ons blijven. Het spreekt voor zich dat nu het ideale moment is om de nieuwe rector en vice-rector enkele adviezen mee te geven.

In het jaar des heren 1762 nam de Franse filosoof Rousseau de pen ter hand. Het boek “contrat social” zag hierdoor het daglicht. Hierin pleitte hij voor een spontaan contract tussen mensen waarin ieders vrijheid gerespecteerd wordt. Dat sociaal contract is gebaseerd op een gemeenschappelijke moraal, de zogenaamde wil van de gemeenschap. Beste studenten, misschien moeten we de ideeën van Rousseau eens van onder het stof halen. Misschien kunnen zijn ideeën een leidraad zijn voor het beleid aan de universiteit. Ik daag daarom de nieuwe beleidsploeg uit om een “contrat social” af te sluiten met de student. Niet als vijanden die met geslepen messen tegenover elkaar staan, maar als partners. Want als de student het goed heeft, doet de instelling het ook goed en vaak omgekeerd.

Studenten hebben 2 centrale belangen: kwaliteitsvol onderwijs en de democratische toegang tot dat onderwijs. De UGent beschikt over een aantal mechanismen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. Onderwijsevaluaties door studenten vormen daar een wezenlijk onderdeel van. Helaas worden die niet altijd ten volle naar waarde geschat. Bij de proffen bestaat vaak terughoudendheid om de resultaten ten volle in rekening te brengen bij bevordering en benoeming. Studentenevaluaties zijn en blijven het beste middel om de kwaliteit van onderwijs na te gaan en moeten dan ook naar waarde geschat worden.

Daarnaast moeten studenten de kans krijgen om op een realistische wijze examens te kunnen afleggen. 2 examens binnen de 24 uur lijken mij zo goed als onhaalbaar. Elke student moet het recht krijgen een examen te laten verplaatsen wanneer die binnen de 24 uur voorafgegaan wordt door een ander examen. Examens dienen immers om inzicht en kunde te testen, niet het uithoudingsvermogen van de student.

Het sociaal contract tussen student en instelling houdt echter meer in dan het verlenen van adequaat onderwijs. Het is ook de plicht van een universiteit om zijn deuren open te gooien voor alle mensen. Nog veel te vaak wordt niet het maximum uit mensen gehaald. En ik weet dat jullie nu hardop denken dat democratisering een fait accompli is. Niets is minder waar. Onderwijs in Vlaanderen blijkt nog altijd eerder ongelijkheidbevestigend dan emanciperend te zijn.

De zogenaamde “eerste democratiseringsgolf” vond plaats in de jaren ‘60/’70. De universiteiten kregen toen heel wat investeringsfondsen om de sociale voorzieningen op te richten. Homes en resto’s waren hiervan het gevolg. Oorspronkelijk hadden deze maatregelen een positief effect. Meer mensen dan ooit participeerden aan het hoger onderwijs en klommen op in de sociale ladder. Maar gedurende de jaren bleek toch dat bepaalde groepen in de samenleving moeilijk bij gegeven hoger onderwijs terecht kwamen. In België is het onderwijsniveau van de ouders nog altijd de beste voorspeller voor het onderwijsniveau van de kinderen. Van echte democratisering kan dan ook geen sprake zijn.

Vandaag is die strijd dan ook niet gestreden. De meeste studenten aan de universiteit komen uit een gegoed milieu en hebben van jongsaf de nodige stimulansen gekregen. Ik vraag jullie dan ook de proef op de som te nemen. Ga jullie vriendenkring aan de unief af en kijk naar het opleidingsniveau en de financiële toestand van de ouders. Een ander schrijnend voorbeeld is het gebrek aan allochtonen in het hoger onderwijs. Waar 10% van de bevolking allochtoon is, blijft het hoger onderwijs een flink stuk achterop. Hierbij moet wel verteld worden dat deze ongelijkheid van kansen vaak op een veel fundamenteler niveau ontstaat. In het lager en secundair onderwijs liggen de kiemen van de maatschappelijke ongelijkheid. Daarnaast zou het ook een misvatting zijn te denken dat ongelijke kansen louter het gevolg zijn van een financiële situatie. Vaak liggen niet- financiële drempels in de weg. Ik denk bijvoorbeeld aan het gebrek aan talenkennis bij allochtone kinderen en het tekort aan het zogenaamde “cultureel kapitaal” bij kinderen uit sociaal achtergestelde milieus.

Democratisering van het hoger onderwijs veronderstelt het wegwerken van alle financiële en niet-financiële drempels. Ik bejubbel dan ook het voorstel van de nieuwe rector om allochtonen specifiek talenonderwijs aan te bieden. Een ander voorbeeld van een niet- financiële drempel zijn de moeilijkheden die de zogenaamde “werkstudenten” ondervinden. Studeren en werken is een heel moeilijke combinatie, maar voor sommigen is er geen alternatief. Er moet daarom nagedacht worden over proefprojecten in verband met avond- en weekendonderwijs om het studeren voor deze mensen makkelijker te maken. Het zijn precies die kleine maatregelen die een wereld van verschil kunnen maken in het gelijkekansenverhaal.

Daarnaast is het ook een misvatting te denken dat democratisering ten koste gaat van onderwijskwaliteit. Beste vrienden, niets is minder waar! Beide gaan hand in hand. Wie kwaliteitsvol onderwijs wenst aan te bieden moet het talent uit de samenleving weten te verzilveren, ongeacht sociale afkomst. Democratisering houdt ook niet in dat de unief zo gemakkelijk wordt dat iedereen een diploma kan halen. Zo’n tendens kan leiden tot een devaluatie van het masterdiploma en kan het onderscheidend criterium verleggen naar de ManaMa’s (master na masteropleidingen), waar financiële criteria weerom een determinerende factor zouden kunnen zijn.

Wat het beperken van de kostprijs van hoger onderwijs betreft, wens ik er 2 thema’s uit te pikken. Allereerst denk ik aan de kostprijs van het onderwijsmateriaal. Onder onderwijsmateriaal verstaan we de cursussen, het labomateriaal, … Al te vaak slaat onderwijsmateriaal een flink gat in de portemonnee van de student. Voor sommige studenten is het niet evident om vlak na het betalen van het inschrijvingsgeld nog eens diep in de geldbuidel te moeten tasten. Beursstudenten betalen soms meer voor 1 cursus dan dat ze aan inschrijvingsgeld betalen. Daarom hoop ik dat de nieuwe rector en vice- rector de handen in elkaar slaan om dit euvel te verhelpen. De instelling moet ervoor zorgen dat het onderwijsmateriaal op de goedkoopst mogelijke wijze aan de student wordt aangeboden. Ik durf zelfs eventjes verder dromen. Waarom richt de universiteit geen eigen drukkerij op? De studenten kunnen dan boeken krijgen tegen kostprijs. Aan buitenstaanders kan de normale marktprijs gevraagd worden. Vroeger heeft er zoiets bestaan aan UGent, waarom zou dat nu niet mogelijk zijn? Wat vroeger kon, kan nu toch ook, of niet soms?

Vervolgens is huisvesting een tweede zorgenkind van de student. De kotprijzen blijven de laatste tijd fors stijgen. Het is al heel moeilijk geworden om een kot onder de 200 euro te vinden. De universiteit moet hier samen met de stad Gent maatregelen nemen. Misschien is na het “Red de boekentoren” tijd voor de actie “Kraak de kotprijs”. Allereerst vereist een efficiënte vrije markt transparantie. De studenten zijn veel te weinig ingelicht over het kameraanbod. Immers een student die beter is ingelicht zal het kot kiezen met de beste prijs / kwaliteit ­ verhouding. Kotbazen die te veel vragen in vergelijking met de kwaliteit zullen hun kot dus moeilijker verhuurd krijgen. Daarom moet de website kot@gent meer worden uitgebouwd en bekender worden onder studenten. Kot@gent is een initiatief van het stad Gent, de hogescholen en de universiteit. Voor de geïnteresseerden: www.kot@gent.be. Deze website moet uitgroeien tot dé referentiewebsite in verband met studentenhuisvesting. Een kotbaas die zijn koten niet op kot@gent aanbiedt zal het dan moeilijker hebben zijn koten verhuurd te krijgen. Naast de koten op de privé-markt zijn er ook de homes van de unief. Ook op dat vlak zal de universiteit de volgende jaren inspanningen moeten leveren. De UGent is zichzelf verschuldigd om minstens alle beursstudenten een kamer te kunnen aanbieden. Om die doelstelling te kunnen halen zullen bepaalde inspanningen moeten geleverd worden. Door het wegvallen van gehuurde kamers in de home Vesalius zal het aanbod inkrimpen. Daarom moet de piste van een nieuwe home onderzocht worden. Daarnaast is de kwaliteit van de verschillende homes niet altijd geweldig. Vooral de kille sfeer is voor verbetering vatbaar. Ten slotte moet er vermeld worden dat een kwaliteitsvol en voldoende intern aanbod niet enkel goed is voor de sociaal zwakkere student, maar ten voordele is van alle kotstudenten. Een groot aanbod van goedkope huisvesting zal immers de marktprijs helpen drukken.

Kortom ik hoop dat de nieuwe rector en vice-rector de nodige inspanningen zullen leveren om het “contrat social” waar te maken. Ik som nog even de speerpunten op:

  1. neem proffenevaluaties serieus
  2. de student wil geen examenmarathon
  3. maak werk van goedkopere cursussen
  4. kraak de kotprijs

Ik daag echter niet alleen de nieuwe bestuursploeg uit om een overeenkomst te sluiten met de student, ook de studentenvertegenwoordigers hebben bepaalde verplichtingen ten opzichte van hun studenten. Wij, studentenvertegenwoordigers, hebben de plicht jullie mening te vertolken op het rectoraat. In het verleden was er te weinig communicatie tussen de student en zijn vertegenwoordiger, dat kan en moet anders. Een schrijnend symptoom is dat de meeste mensen waarschijnlijk nog niet over de GSR gehoord hebben. De Gentse Studentenraad is namelijk de erkende studentenraad aan de universiteit en groepeert rechtstreeks verkozen studenten. De GSR moet bekender worden en moet meer met jullie, onze achterban, communiceren. Daarom lanceren we dit academiejaar nog een nieuwsbrief, waarin we jullie op de hoogte houden van het reilen en zeilen binnen onze instelling. Wij moeten uit onze ivoren toren komen. Daarnaast zullen er initiatieven komen om de directe democratie te bevorderen. Over cruciale onderwerpen moeten en zullen er bevragingen komen via Minerva. Denk maar aan de discussie rond de intersemestriële vakantie, namelijk het al dan niet invoeren van een week vakantie na het eerste semester. Want wij zijn er in de eerste plaats voor jullie. En dan is dan ook de inhoud van het sociaal contract voor ons, studentenvertegenwoordigers. Het is nu aan ons om aan de slag te gaan en het contract met jullie waar te maken. Wij zullen er moeten voor zorgen dat deze woorden geen dode letter blijven. Want jullie vertegenwoordigers moeten niet enkel getuigen van praatkracht, maar ook van daadkracht. Dank voor jullie aandacht en nog een prettige avond.

0 Reacties tot “Speech studentenopening 2005-2006”



  1. Momenteel geen reacties

Reageer