De 15,2 % vergeten armen in België
Meestal als er in Vlaanderen gesproken wordt over armoede, denken mensen aan een andere tijd (lees: vroeger) of aan een ander continent (lees: Afrika). Wel, armoede is ook een persistent probleem in het huidige België. Het recente ‘Jaarboek over armoede en sociale uitsluiting’ van de Universiteit Antwerpen schatte het aantal armen in België in 2007 op 15,2 %[i]. 15,2 %! We spreken hierbij over ruim 1 500 000 Belgen. Deze cijfers dateren van 2007, dus vóór de economische crisis. Wat meteen opvalt, is dat de Belgische publieke opinie deze groep systematisch onderschat en dat er daarnaast voor die armoede nauwelijks politieke aandacht is. Laten we hopen dat het Europees jaar tegen armoede en uitsluiting hier verandering in kan brengen of dat dit blogstuk op de Poliargus-website u ervan kan overtuigen dat deze problematiek moet aangepakt worden. Deze bijdrage leert u wat meer over de Belgische armoede via 3 hamvragen: 1) wanneer ben je bij ons arm?, 2) wie zijn die armen precies? en 3) wat zou het beleid kunnen doen?
De eerste vraag gaat over wie als ‘arm’ wordt beschouwd in België. Wel, de Belgische armoedegrens ligt vast op 60 % van het mediaan inkomen. In 2007 betekent het dat je arm bent als je maandelijks (netto)inkomen als alleenstaande lager ligt dan 860 euro. Vandaag (2009/2010) zou zoiets neerkomen op ongeveer 900 euro per maand. Voor een koppel met twee kinderen lag de armoedegrens in 2007 op 1805 euro per maand. Armoede wordt dus opgevat als een relatief fenomeen, zowel in tijd als plaats. Armoede in België is iets anders dan armoede in Afrika. In een rijk land als België heb je meer nodig om ‘mee te zijn’. Recent onderzoek van het Centrum voor Sociaal Beleid (UA) wees daarnaast uit dat de bovenstaande armoedegrens (die misschien willekeurig lijkt) zeker niet overdreven is. Aan de hand van een Belgische budgetstudie stelde men vast dat een alleenstaande in Vlaanderen 980 euro per maand[ii] nodig heeft om op een menswaardige manier te participeren aan de samenleving. De bovenstaande armoedecijfers zijn bijgevolg zeker niet overdreven.
Vervolgens komen we tot de tweede vraag: wie zijn die mensen? De Belgische armoede is sterk geconcentreerd bij bepaalde groepen: 65-plussers (23 % armen), eenoudergezinnen (35,8 % armen), werklozen (34,2 % armen), inactieven die niet werkloos zijn (bijv. zieken, 25% % armen) en laagopgeleiden (23,0 % armen). Het moet wel gezegd worden dat er ook hier duidelijke verschillen zijn tussen de gewesten. In Vlaanderen is het armoederisicopercentage 10,9 %, terwijl dat in Wallonië oploopt tot 18,8 %.
De meest interessante vraag ten slotte: wat kan het beleid hieraan doen? Op het eerste zicht niet zo’n gemakkelijke vraag, maar hier volgen toch enkele suggesties. Allereerst moeten een aantal uitkeringen (werkloosheid, ziekte …), alsook het leefloon de hoogte in. Recent onderzoek heeft immers uitgewezen dat er langzaam maar zeker een ‘erosie’ was van de hoogte van de uitkeringen in België en dat bijgevolg een aantal uitkeringen flirten met de armoedegrens[iii]. Daarnaast kan een deel van de hogere armoede bij ouderen op een relatief eenvoudige manier worden opgelost. De ‘gewaarborgde inkomens voor gepensioneerden’ (lees: minimumpensioenen) liggen in België gewoon aan de lage kant, lees vaak onder de armoedegrens. In landen met relatief riante minimumpensioenen (zoals Nederland) is het aantal ouderen dat in armoede moet leven slechts een derde van het aantal in België[iv]. Alleenstaande ouders zijn de volgende groep met een verhoogd armoederisico. De problematiek van deze groep is niet makkelijk aan te pakken, maar misschien kan een licht verhoogd kindergeld voor deze mensen soelaas brengen. Aangezien deze bijdrage onafhankelijk is van hun werksituatie, wordt op die manier een zogenaamde ‘inactiviteitval’ vermeden.
Ten slotte nog een uitsmijter. Op het eerste gezicht lijkt het hebben van werk een goede garantie op een armoedeloos bestaan. Slechts 4,4 % van de Belgische werkenden leefde in 2007 in armoede. Ogenschijnlijk lijkt de oplossing voor de Belgische armoede simpel: zet in op meer werkgelegenheid. Deze beleidskeuze zou misschien ook gewoon goedkoper uitvallen (in vergelijking met hogere uitkeringen). De realiteit is echter complex. Arme mensen aan het werk krijgen is een goede en belangrijke eerste stap, maar door een tweetal zaken is het toch niet zo eenvoudig. Allereerst vertaalt werkgelegenheidsgroei zich niet automatisch in jobs gericht op die mensen. Mensen die lange tijd in armoede verkeerden, hebben vaak niet de juiste opleiding om te profiteren van de werkgelegenheidsgroei. Daarnaast zou een job niet altijd het probleem oplossen. Laaggeschoolde alleenstaande ouders, bijvoorbeeld, werken immers vaak in laagbetaalde jobs in de dienstensector (bv. een strijkcentrale). Het loon dat men daar zou verdienen, is geen garantie voor een armoedeloos bestaan.
Deze bijdrage heeft hopelijk duidelijk gemaakt dat armoede nog altijd (ook bij ons) een persistent probleem is. Ondanks de perceptie dat onze sociale zekerheid tot de beste van de wereld behoort, leeft één op zeven in armoede. Het wordt dus hoog tijd dat de politiek deze vergeten groep armen centraal plaatst in het beleid. Het valt immers moeilijk te geloven dat een rijke samenleving als de onze niet in staat zou zijn om dit probleem op te lossen.
Dit stuk verscheen op 17 februari 2010 op Poliargus.
[i] Vranken, J. & Campaert, G. & Dierckx, D. & Van Haarlem, A. (Eds.). Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 2009. Leuven: Acco.
[ii] Stroms, B. & Van den Bosch, K. (2009). What income do families need for social participation at the minimum? A budget standard for Flanders. CSB-bericht. http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/docs/20091119114511BHPZ.pdf
[iii] Cantillon, B., Van Mechelen, N., Marx, I. & Van den Bosch. (2004) De evolutie van de bodembescherming in 15 Europese landen van 1992 tot 2001. CSB-bericht.
http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/docs/20060116135741KJDZ.pdf
[iv] Van Rie, T.. (2008) Sociaaleconomische uitkomsten in Nederland, België en zijn gewesten. CSB-bericht.
http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/docs/20081128095224VCBG.pdf

Interessant artikel. Armoede is inderdaad nog steeds serieus aanwezig in België.De laatste cijfers van EU-SILC ( European Union-Statistics on Income and Living conditions) vertellen ons dat in 2008 in België ongeveer 15 % van de bevolking moest leven met een inkomen onder de Europese armoedegrens. Dit betekent dat 1 op 7 of ruim 1.551.671 personen in België in armoede leven.
Ongeveer 16,9 % of 1 op 6 van de kinderen in België groeien op in een gezin in armoede en ongeveer 25 % van de gepensioneerden hebben een pensioen of IGO ( inkomensgarantie voor ouderen) dat onder de Europese armoedegrens ligt.
Armoede gaat natuurlijk om meer dan een gebrek aan geld. Heb op mijn blog ook een artikel geschreven over armoede. Hieronder de link
http://joecology.blogspot.com/2010/08/armoede-in-belgie-meer-dan-een-gebrek_20.html
Groeten