In de SamPol van mei 2009 staat een bijdrage van mezelf over het Europees democratisch deficit en suggereer ik een oplossing om dat deficit te verhelpen.
Meer info vind je op de site van Samenleving en politiek.
In de SamPol van mei 2009 staat een bijdrage van mezelf over het Europees democratisch deficit en suggereer ik een oplossing om dat deficit te verhelpen.
Meer info vind je op de site van Samenleving en politiek.
Het is en blijft voorlopig koffiedik kijken over de gevolgen van de huidige kredietcrisis. Eén ding staat echter zeker vast: het debat zal ontstaan over de oorzaken van de crisis en hoe een dergelijke crisis in de toekomst kan vermeden worden. In dit opiniestuk wordt gepleit voor een herwaardering van de economische ideëen van John Maynard Keynes en bijgevolg voor een radicale koerswijziging in de internationale economische architectuur. Sinds de jaren ’80 wordt immers hetzelfde beleid gevoerd waarvan economen lange tijd dachten dat de crash van Wall Street van 1929 deze definitief had gediscrediteerd. Het lijkt erop dat Aldous Huxley het weer bij het rechte eind heeft: ‘Er kan maar één les getrokken worden uit de geschiedenis en dat is dat mensen geen lessen trekken uit de geschiedenis’.
cycli in het economisch denken
In het economisch beleid van landen doen er zich opmerkelijke cycli voor. Afwisselend waren de staat of de markt de centrale focus van het economische beleid. Deze cycli leggen de nadruk op het relatieve karakter van de economische kennis en wijzen op het fundamenteel ideologisch karakter van de economische wetenschappen. De economie (en wetenschap in het algemeen) is immers vaak een uitdrukking van de ‘zeitgeist’. Het beschrijven van deze cycli zal ons even terugnemen in de tijd, maar het zal zeker functioneel zijn om de huidige crisis te kunnen interpreteren.
De (natie-)staat is een creatie van de 19e eeuw. Voor de 19e eeuw was er immers nooit sprake van een dergelijke centralisatie van de macht. Centrale actoren hierbij waren de vorsten, die een soort belichaming vormden van de nieuw ontstane natiestaat. Economisch beleid stond dan ook lange tijd in functie van deze vorsten en hun rijkdom. Internationale handel stond in het teken van het vergroten van de schatkist. Men spreekt in die context vaak over het ‘(neo)mercantilisme’. Hoe dan ook de centrale positie van de staat stond niet ter discussie. Van handelsliberalisering was dan ook geen sprake. De eerste liberaliseringgolf vond plaats tussen 1860 en 1870. Onder invloed van de opkomende handelsklasse (soms ook ‘burgerij’ genoemd) verschoof de focus in het economisch beleid terug naar de markt. De burgerij zag immers de vorsten als een bedreiging voor hun handel en vonden niet dat de monarch/staat zich nog moest bezig houden met het afromen van de handelswelvaart.
Wat veel mensen niet weten, is dat er rond de eeuwwisseling (van de 19e naar de 20e eeuw) al sprake was van de eerste economische globaliseringgolf. Die kreeg de naam ‘mondiale expansie’. Handel werd in grote mate geliberaliseerd en kapitaal kon vrijer bewegen dan ook.
Deze economische consensus kreeg een fatale klap in 1929. Toen crashte de beurs van Wall Street en stond men aan het begin van wat vaak de ‘Great Depression’ wordt genoemd. De jaren’ 30 stonden garant voor hoge werkloosheid en economische chaos. Deze context was dan ook de ideale broeihaard voor de groei van het fascisme en de vreemdelingenhaat. In die context krijgt het economisch denken van John Maynard Keynes aanhang. Een niet gereguleerde markt gaat ten onder aan zijn eigen logica, stelde hij. Overheidsingrijpen moest er voortaan voor zorgen dat vrijheid (en democratie) kon behouden worden. Centraal stond hierbij de focus op volledige tewerkstelling. In slechte tijden moest de overheid investeren om zo die tewerkstelling veilig te stellen (‘deficit spending’), in goede tijden moest de overheid sparen. Op het financieel vlak stond ‘keynesianisme’ garant voor een restrictief financieel beleid: kapitaalcontroles, vaste wisselkoersen en sterke regulering. Alles moest gedaan worden om de speculatie te vermijden en een herhaling van 1929 te verkomen.
De ideeën van Keynes werden na de Tweede Wereldoorlog dominant. De overheid/staat was de centrale actor die de markteconomie stuurde en het kapitalisme beteugelde. Deze visie slaagde erin sociale en economische doelstellingen te verzoenen bij de uitbouw van de welvaartstaten in West-Europa. Sinds de jaren ’70 en vooral vanaf de jaren ’80 kreeg echter een nieuwe ideologie de bovenhand, namelijk het ‘neoliberalisme’. Gebruik makend van de economische problemen die gepaard gingen met de oliecrisis, kwamen nieuw-rechtse leiders aan de macht in de Angelsaksische wereld. Thacher en Reagan zijn hiervan de duidelijkste voorbeelden. Hun ideologie was duidelijk: ‘markets are good, governments are bad’. Onder hun invloed werden dan ook allerlei reguleringen afgeschaft. Het neoliberalisme vertoont opvallende gelijkenissen met het economisch beleid van voor de Eerste Wereldoorlog. Vreemd genoeg werden in de jaren ’80 die regels afgeschaft die werden ingevoerd om toekomstige crises te vermijden.
gevolgen van het neoliberalisme: de terugkeer van de ‘booms en busts’
De jaren ’80 werden dan ook gekenmerkt door een terugtrekking van de overheid en de politiek. Voortaan waren politiek en economie weerom gescheiden werelden. Niet de overheid creëert de jobs, de markt doet dat. Op het financiële vlak was deregulering het nieuwe modewoord. Kapitaalcontrole werden afgeschaft en wisselkoersen werden voortaan bepaald door de markt. Gevolg hiervan was een nooit gezien verstrengeling van de wereldeconomie. Het nieuwe financieel beleid bracht echter ook een nieuwe keerzijde met zich mee. De mensheid werd getuige van een record aantal financiële crises. De meeste van deze crisissen zijn voor de modale westerling niet zo bekend, maar de gevolgen voor de getroffen mensen waren vaak desastreus. Om daar een voorbeeld van te geven na de val van Thaise munt (in 1997) werd het gemiddeld Thais loon herleid tot ongeveer 30% van zijn vroeger niveau. Hieronder vinden jullie een kort overzicht.
De liberaliseringsgolf van de laatste decennia hebben een oude wijsheid teruggebracht, namelijk dat financiële markten fundamenteel onstabiel zijn. Een markteconomie laat zich kenmerken door busts (economische neergang) en booms (economische opgang). Beide wisselen elkaar af. Neoliberalen argumenteren vaak dat de markt altijd wel een evenwicht bereikt. Dat klopt voor een deel, maar de prijs die men betaalt is vaak heel groot. Welk stabiel economisch systeem kan immers bouwen op het manisch depressief gedrag van de hedendaagse beursen? Het valt ook op dat bij elk van de bovenstaande crises de crash vooraf werd gegaan door enorme beurshausse en een ongebreideld optimisme in de financiële kringen.
nu fundamentele verandering?
Nu elk van de bovenstaande crises werden vormen van zogenaamde ‘technische regulering’ ingevoerd. Zo werd na de crash van Wall Street van 1987 de regel ingevoerd dat een beurs kon werden gesloten, wanneer er paniek ontstaat. Toch werd er nooit geraakt aan het principe dat de markt centraal stond: geen kapitaalscontroles, geen vaste wisselkoersen, geen greep van de politiek op de financiële markten. Laten we hopen dat nu dat de juiste conclusie getrokken wordt uit deze crisis. Een wijziging moet optreden ten opzichte van het zogenaamd ‘monetair trilemma’. Het trilemma houdt in dat drie doelstellingen nooit gecombineerd kunnen worden: stabiele wisselkoersen, kapitaalmarktintegratie en monetaire autonomie. Om dergelijke crisissen in de toekomst te vermijden pleit ik dan ook voor een herinvoering van de pre-1971 financiële architectuur, namelijk deze met vaste wisselkoersen en kapitaalcontroles. De financiële liberaliseringklok moet minstens ten dele worden teruggedraaid.
Conclusie is dat een markteconomie zal gereguleerd zijn of niet zal zijn. Of om het met de wijze woorden woorden van Voltaire te zeggen: het is de vrijheid die onderdrukt en de wet die bevrijdt. Gelukkig is de politiek er nu om ons te bevrijden van de financiële crisis.
De bovenstaande tekst verschijnt in de Avanti van november 2008.
De discussie rond het voortbestaan van de ‘buispunten’ werd beslecht op de raad van bestuur van vrijdag 23 mei. Voortaan hebben alle studenten die in hun eerste bachelor zitten, recht op 2 buispunten. Hier zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden, zoals een maximaal gewogen tekort van 1% en maximaal 2 vakken waarvoor er een tekort was (dus in mensentaal 2 negens zijn OK). Voor alle andere studenten wordt de regel 10/20.
Voor de studenten is deze beslissing deels een overwinning. In vele faculteit (zoals de L&W en de PPW) waren de buispunten immers al afgeschaft. Daarenboven is er voor het eerst aan de UGent sprake van een uniform en duidelijk systeem voor iedereen. Voor 2 faculteiten is de nieuwe regel echter een achteruitgang, namelijk voor de economie en de ingenieurs. Die konden tot nu rekenen op vrij genereuze compensatieregels. Het valt daarenboven ook te betreuren dat studenten in de hogere jaren geen garandeerde buispunten krijgen.
Na vier jaren ervaring in de studentenvertegenwoordiging wil ik over één thema nog iets van mijn hart, namelijk de vergoeding van de studenten in de Raad van Bestuur. Alle leden in de Raad van Bestuur van de UGent krijgen immers een onkostenvergoeding. Voor de vier studenten (samen) bedraagt die 6000 euro per jaar. Twee jaar geleden werd dit budget nog verhoogd, officieel wegens de ‘gestegen telefoonkosten’. Het feit dat Matthias Laevens toen nog in de commissie begroting zetelde, heeft daar echter meer mee te maken. In dit opiniestuk zal ik betogen dat deze vergoeding eigenlijk te hoog is en bijgevolg aanzet tot oneigenlijk gebruik (wat naar mijn mening de laatste vier jaar ook gebeurde).
3000 euro per persoon
Normaalgezien zou je verwachten dat elke stuver in de RvB 1500 euro opdoet, maar eigenlijk was de voorbije vier jaar niets minder waar. De laatste jaren werd het leeuwendeel van het budget opgesoupeerd (vaak letterlijk) door Stijn Baert en Matthias Laevens. In 2006 hebben Sara Fobelets en ikzelf 0 euro onkosten binnengebracht, terwijl Stijn en Matthias samen 6000 euro binnen brachten. Om mijn telefoonrekening (van 60 euro) in te kunnen dienen, heb ik nog een jaar moeten wachten (het budget was immers op). Zelf heb ik gedurende de vier jaar een bedrag van (ongeveer) 100 euro binnengebracht. Toen Sara en mezelf Stijn en Matthias hiermee confronteerden hielden ze vol dat alle kosten kaderden in hun mandaat en dat sommige etentjes moeten gezien worden als een beloning voor mensen die zich ‘inzetten voor de UGent’.
Het lijkt me duidelijk dat Stijn en Matthias misbruik maakten van die onkostenvergoeding. Zo dient Matthias 70 euro per maand in aan telefoonkosten, wat ik van hemzelf heb vernomen. Waarschijnlijk hebben zij gedurende hun vier jaar als stuver bijna 10 000 euro onkosten gemaakt, wat in de buurt van een half miljoen oude Belgische franken. Sommige politici zijn al voor minder onder vuur gekomen. Nu, ik mag hierbij natuurlijk niet enkel op de pianist schieten. Veel mensen zouden in hun plaats eigenlijk hetzelfde gedaan hebben. Daarom pleit ik ervoor om de onkostenvergoeding beperken en tegelijk meer transparant te maken.
onkostenvergoeding beperken tot 2000 euro
Om de bovenstaande reden pleit ik er dan ook voor de onkostenvergoeding te beperken tot een bedrag van 2000 euro (of 500 euro per persoon). Ik pleit voor beperking, niet afschaffing. Er is immers één voordeel aan een onkostenvergoeding, namelijk dat het mensen uit financieel zwakkere milieus mogelijk maakt om vertegenwoordiger te zijn. Alleen, de hoogte van de vergoeding nu is echt overdreven en niet eerlijk. Zo is de hoogte van die vergoeding niet billijk ten opzichte van andere stuvers. Zo moeten de vier vertegenwoordigers in de sociale raad het stellen met een budget van ongeveer 800 euro of 200 euro per persoon. Daarnaast zijn er nog heel wat studenten die op geen enkele manier vergoed worden voor hun inzet. Ik denk aan de vele studentenvertegenwoordigers in de faculteiten en last but not least de voorzitter van de Gentse studentenraad. Zouden zij er dan geen belang bij hebben om eens samen te gaan eten met een belangrijke prof om een belangrijk dossier in stroomversnelling te brengen? Misschien, maar nu hebben ze daar de mogelijkheid niet toe.
Matthias Laevens zal ongetwijfeld argumenteren dat heel wat projecten onmogelijk konden gerealiseerd worden zonder die onkostenvergoeding. Deels volg ik hem daarin. Ik kan me immers voorstellen dat er wat telefoonkosten zullen gemaakt zullen om Barroso naar Gent te krijgen. Ik heb er dan ook geen probleem mee dat deze kosten worden ingebracht als onkosten op het budget van het Internationaal Studentenforum.
zitpenningen
Mijn verhaal is echter nog niet ten einde. Verbijsterd was ik toen ik het nieuwste ‘voorstel’ ter ore kreeg. Binnen de Raad van Bestuur denkt men er immers over na om zogenaamde ‘zitpenningen’ in te voeren. Daarbij zouden de mensen die niet op de loonlijst van de UGent staan, betaald worden om naar de vergadering te komen. De goede verstaander leest meteen dat het ook voor studenten zou gelden. Dus niet alleen zouden de stuvers een riante onkostenvergoeding krijgen, ze zouden ook betaald worden om naar vergaderingen te komen. Voor mij is dat duidelijk ‘a bridge too far’. Allereerst trek zo’n systeem de verkeerde mensen aan als studentenvertegenwoordiger, daarnaast zal er ook misbruik van gemaakt worden. Naar verluidt werd tegen de stuvers-elect gezegd dat ze hun vergoeding anders konden doorstorten naar hun vereniging. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke praktijken niets meer met studentenvertegenwoordiging te maken hebben. Ik hoop dan ook dat ik de studenten en vooral de stuvers met dit opiniestuk aan het denken heb gezet.

Sinds gisteren is de actiesite www.kotjackpot.be online. Op deze website wordt het slechtste kot van Gent verkozen. Studenten kunnen een foto van hun kot insturen en maken kans op de fantastische prijs van twee cinematickets en een doe-het-zelf-pakket. Via deze ludieke actie probeert animo StuGent de slechte prijs/kwaliteit-verhouding van heel wat Gentse koten aan te kaarten. Concreet willen we de volgende vijf actiepunten gerealiseerd zien:
1. een verplichting van het conformiteitsattest (een soort kwaliteitslabel) voor studentenkamers
2. de verdere uitbouw van kot@gent
3. een verhoging van het aanbod aan studentenkamers
4. een huurprijs gekoppeld aan de index
5. huurrichtprijzen (met een maximumprijs) voor studentenkamers
Het volledig standpunt van animo StuGent kan je hier nalezen.
De nieuwste Avanti staat sinds gisteren weer ter beschikking van de UGent-student. Jullie kunnen de Avanti van maart hier in pdf nalezen. Deze keer is er onder meer een interview met Fatma Pehlivan en professor Hendrik Vos. Er zijn verder ook artikels over de mogelijke afschaffing van de deliberatie, de notionele interestaftrek en de verkiezingen in de VS. Veel leesplezier.
De uitslagen van de studentenverkiezingen 2008 zijn bekend. Je kan ze nalezen op de website van Schamper. De ‘animo-kandidaten’ (zoals ze gemeenzaam worden genoemd) hebben het mijn inziens niet slecht gedaan. Vooral de sterke score van Jasper D’Hooghe (938 stemmen) is iets wat volgens mij zeker een eervolle vermelding verdient. Deze uitslag zal waarschijnlijk weer het debat aanwakkeren over de zin en onzin van de zogenaamde ‘faculteitenregel’. Jasper haalde immers de tweede meeste stemmen, maar Charles (ook van de rechten) deed het nog beter met een score 1249 stemmen. Het is echter pijnlijk om vast te stellen dat Thijs Verbeugt met slechts 377 stemmen is verkozen (iets meer dan een 1/3-de dan die van Jasper). Een idee dat ik al een paar heb geopperd is om te gaan werken met een aantal ‘zetels’ per faculteit en elke faculteit daarbij eenzelfde gewicht geven (evt. kan je ook werken met een minimale participatiedrempel). Het is misschien niet zo eenvoudig, maar het zorgt er wel voor dat de verkozen mensen gedragen worden door de hele universiteit. Daarenboven wordt het voordeel van kandidaten uit grote faculteiten verminderd. Ten slotte is de faculteitenregel nu heel gemakkelijk te omzeilen. Je kan immers de echte kandidaat als opvolger laten opkomen, iets wat trouwens al vaak gebeurd is.
de verkozenen zelf
Grosso modo ben ik wel nog behoorlijk tevreden met de mensen die de volgende twee jaar de studenten zullen gaan verdedigen op het centraal niveau. Proficiat aan de verkozenen! Ik ben ook oprecht blij dat de linkerzijde de volgende twee jaar vertegenwoordigd zal zijn (door Koen Hostyn, weliswaar COMAC). Nu zullen er 2 LVSV’ers, 1 COMAC’er en 1 onafhankelijke zetelen in de Raad van Bestuur. Ik denk dat zoiets een nog behoorlijk representatieve weerspiegeling is van de studentenpopulatie (als je het gemiddelde van hun meningen zou nemen). Daarnaast wens ik onderstrepen dat Geert Cleuren en Thijs Verbeugt me een heel degelijke indruk nalaten. Het laatste wat ik zou willen doen is de vetes van onze generatie overbrengen naar de nieuw-verkozenen. Via samenwerking geraken ze allemaal verder, met respect voor ieders mening en de nodige compromissen. Het enige wat mij een beetje wrange smaak nalaat is het feit dat Charles Van den Bossche volgend jaar op Erasmus vertrekt naar de VS. Het lijkt me toch wel vreemd dat de student met de meeste stemmen uiteindelijk waarschijnlijk nooit in het bestuurscollege zal zetelen. To be continued …
Bij deze wens ik nog eens een warme oproep te doen om zeker te gaan stemmen voor de studentenverkiezingen. Stemmen kan via: www.ugent.be/verkiezingen2008. Ik wil verder de sociale kandidaten van ‘UGent voor iedereen‘ aanbevelen. Zij zijn de uitbouw van de sociale voorzieningen aan de UGent als de topprioriteit. De recente prijsverhoging in de resto’s en de op til zijnde prijsverhoging in de homes bewijzen nogmaals het belang van een sterke studentenvertegenwoordiging die de nodige sociale accenten ligt.

Op de laatste sociale raad (vrijdag 29 februari 2008) lag een nieuwe ‘verhuurstrategie’ voor op de sociale raad. Het voorstel was, op zijn zachts uitgedrukt, nogal controversieel. Vooral het voorstel over de nieuwe huurprijzen deed toch wel het nodige stof opwaaien. Het volledige document kunnen jullie hier nalezen op. Concreet komt het voorstel erop neer dat er een prijsstijging zou zijn voor alle homestudenten, behalve voor de beursstudenten die een gewone kamer huren. De prijsverhogingen in het oorspronkelijk voorstel worden in onderstaande tabel weergegeven.

Uiteindelijk werd in de sociale raad een advies gestemd dat voor de kamers het voorstel volgt en de prijsstijging voor de studio’s en de appartementen mildert. Het resultaat van de sociale raad is dus deels een overwinning, deels een nederlaag (ik heb me dan ook onthouden). Enerzijds hebben we als studenten toch iets binnen gehaald, anderzijds ziet het er toch naar uit dat er een prijsstijging komt. De eindbeslissing hierover valt op het bestuurscollege van 6 maart 2008. Hiervoor raad ik jullie aan de petitie die kandidaten van UGent voor iedereen zijn gestart te steunen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat het oorspronkelijk voorstel naar de prullenbak wordt verwezen en dat toch ten minste het advies van de sociale raad wordt gevolgd. Je kan de petitie hier ondertekenen.